
(expo)nentieel begint bij één kunstenaar. Die nodigt twee kunstenaars uit, die elk op hun beurt twee kunstenaars uitnodigen — en zo verder, als een kettingbrief die zich door het kunstlandschap vertakt. Elke kunstenaar wordt zo curator van wie na hem komt. Op papier groeit zo'n reeks snel: 1, 2, 4, 8, 16, 32 — drieënzestig kunstenaars in amper zes generaties.
De werkelijkheid is eigenzinniger: niet elke tak vindt een vervolg, en op een gegeven moment moeten we zelf stoppen — ons pand zou te klein worden. Het worden er negenenveertig.














































